Wie ben ik
Ik ben geen mens meer, maar een robot.
Alles aan mij gaat kapot.
Als ik nies of hoest.
Overal vindt je roest.
Mijn gewrichten doen pijn,
en mijn bloed wordt azijn,
want het prikt overal.
Dat is het begin van het verval.
Het uiterlijk valt gelukkig nog mee.
Maar er is niet meer genoeg aan voor twee.
Het enige dat nog werkt,
en het is dan nog beperkt,
zijn mijn grijze cellen.
Hoewel je ze ook al kan tellen.
Ik ben nog alleen sterk met mijn mond
En maakt het zo soms eens bond.
Mijn rug is naar de knoppen,
en in mijn oren zitten stoppen.
IJzer heb ik te veel, zo ben ik nooit moe,
maar toch doe ik s nachts mijn ogen toe.
Als ik wil liggen om te slapen,
liggen mijn spieren te gapen.
Maar stilliggen, willen ze niet,
ze werden al aan elkaar geniet.
Mijn enkels willen niet plooien zoals ik wil.
Ik heb zelfs een bult op mijn bil.
Zo zal ik blijven bestaan,
en alles zijn weg laten gaan.
De dagen worden niet beter,
het ijzer van mijn harnas wordt steeds heter,
tot het op een dag zal smelten, tot bij de motor,
dan wordt alles stil en dor.
Ik neem de dagen zoals die moeten komen,
zo zie ik het felle licht nog door de bomen.
Ik blijf verder gaan en kijk nooit om,
dat zou toch niet helpen, dat is zelf stom.
Leef voor de mooie dingen die nog moeten komen,
zo kunt je nog verlangen en dromen.
Claire Vanfleteren